Vechtscheiding levert getraumatiseerde kinderen op!

Door vechtscheiding getraumatiseerde kinderen aan het woord

ineengekrompen kin met vechtende ouders op de achtergrond

Vechtscheiding met kinderen is een vorm van emotionele kindermishandeling

Lees hieronder hoe journalist Frénk van der Linden de liefdesoorlog van zijn ouders ervaren heeft.

Daarna vertellen 3 inmiddels volwassen geworden getraumatiseerde kinderen hoe zij de vechtscheiding van hun ouders beleefd hebben en wat dat met hen tot op de dag van vandaag doet.

 

Frénk van der Linden: En altijd maar verlangen - De liefdesoorlog van mijn ouders. Luitingh-Sijthoff; 240 pagina's; € 20,99.

Mijn moeders minnaar had een rode Opel Kadett stationcar, waarmee hij elke avond stipt om 6 uur langs ons huis reed om haar toeterend zijn liefde te verklaren. In mijn herinnering deed hij dat zeker een jaar lang. Na een paar weken konden we de klok erop gelijk zetten. Als de claxon klonk, verstijfden mijn vader, mijn zusje Désirée en ik. Vaak stond mijn moeder op hetzelfde moment op om de tafel af te ruimen.
 
Fijngevoelig waren de omgangsvormen niet in de tijd (eind jaren zestig) dat de liefde van mijn ouders teloorging. 'Speciaal voor Jan van der Linden in Hillegom' werd op de radio door een anonieme luisteraar het nummer Huilen is voor jou te laat van Corry en de Rekels aangevraagd. En wie was het toch die zomaar vijftig rode rozen voor mijn moeder liet bezorgen - zij het op kosten van mijn pa? Wie hoorde ik 's nachts aubades voor haar zingen? Trillend lag ik onder de lakens.
 
Mijn moeder Erica, gezegend met de looks van een Hollywooddiva, was een lieflijke en wijze vrouw. Ze zei: 'Kinderen zijn niet voor je maar door je.' Ze vroeg: 'Waarom mag je in dit land wel van ik weet niet hoeveel zoons en dochters houden, maar slechts van één man?' Maar net zo makkelijk spuide ze op een giftige manier haar verdriet en woede over de werkverslaving van haar echtgenoot. Als mijn goedmoedige vader, trucker en zelfbenoemd King of the Road na een werkweek van zestig uur op zaterdag zijn DAF repareerde, riep ze tot mijn schrik: 'Jij ligt nog liever onder die vrachtwagen dan onder mij.'
 
Heel ons bollendorp Hillegom was op de hoogte van haar ontrouw. Maar weinigen wisten hoezeer zij daarmee worstelde. Antidepressiva. Drank. Verblijf in een zenuwinrichting. Isoleercel, elektroshocks. Terug naar huis. Terug naar haar lover. Terug naar de psychiatrische kliniek. Op een dag haalde een familielid mijn moeder van het spoor bij de Dodenweg. Ik zie haar nog lijkbleek thuiskomen.
 
Uiteindelijk verliet ze ons definitief. Dat was het begin van een catch- as-catch-can-achtige scheiding en een periode van veertig jaar waarin mijn ouders geen woord meer met elkaar zouden wisselen. Désirée en ik besloten voor de rest van ons leven alle contacten met onze moeder te verbreken. Zonder mijn vader erin te kennen, schreven we als pubers een brief aan haar advocaat, waarin we haar even ijskoud als witheet doodverklaarden. De rechter kreeg een kopie. Hij wees beide kinderen toe aan Johannes Cornelis van der Linden.
 
Niet veel later draaide pa op een avond de gaskraan in de keuken open. Désirée en ik lagen boven te slapen. 'Ik dacht: ik neem jullie mee', zou hij me op zijn oude dag vertellen. 'Dan waren we allemaal in één keer van de narigheid af. Maar onze benedenbuurman belde aan om te vragen of ik een biertje kwam drinken. Vandaar dat we hier nog zitten. Weet je trouwens dat hij voor de nazi's had gevochten bij Stalingrad? Ja, jongen, jij dankt je leven aan een SS'er.'
 
Mijn zus en ik volhardden tien jaar in de beslissing onze moeder te mijden. Tot mijn 23ste aan toe bleef ik geloven dat het scheidingsverhaal zwart-wit was, terwijl ik als journalist allang had geleerd dat niet één conflict tussen mensen, partijen en landen zo in elkaar stak.
 
Toen ik zelf een serieuze relatie kreeg en aan den lijve ondervond dat de liefde een tango is die je automatisch medeverantwoordelijk maakt voor de plek waar je op de dansvloer van het leven belandt, begon het me te dagen: ik had mijn moeder ten onrechte uit mijn leven gebannen. Het werd tijd voor een reünie.
 
Désirée en ik stonden op een middag in 1980 tegenover haar. Eén seconde. De volgende vlogen we elkaar in de armen en nooit zal ik vergeten wat op dat moment door me heen sloeg: dit is mijn moeder, zo ruikt alléén mijn moeder, en het is goed.
 
Ze was getrouwd met de man van de Opel Kadett (ook hij had een gezin verlaten), en had na haar 40ste twee dochters van hem gekregen. Onze band bleek onverwoestbaar. In een zolderdoos bewaar ik de honderden brieven die mijn moeder me in de loop van haar leven heeft geschreven, het grootste deel toen wij elkaar niet zagen. Désirée en ik verscheurden ieder exemplaar dat ze stuurde; godzijdank maakte ze kopieën.
 
Ook mijn vader hertrouwde. Uit dat tweede huwelijk kwam een jongetje voort, Benno. Hij stierf achter ons huis onder de wielen van een vrachtauto van pa's eigen transportbedrijfje. Het was een wond in de wond. Het wakkerde de pijn en rancune van mijn vader aan. Hij zou tot zijn 80ste weigeren mijn moeder te treffen. Zover kwam het pas nadat Désirée en ik hem hadden verteld hoe zij eraan toe was: alzheimer.
 
Het verhaal over de her ontmoeting van mijn ouders is in alle eerlijkheid volkomen ongeloofwaardig. Niemand zal begrijpen hoe het kan dat die twee in 2009 op een avond binnen twee minuten als tortelduiven après la lettre hand in hand op de bank zaten. Maar Désirée en ik hebben gezien: vergeving kan net als verliefdheid een blikseminslag zijn. De laatste jaren van mijn moeders leven gingen mijn ouders teder met elkaar om. Na haar overlijden legde mijn vader een rode roos op de kist.
 
En nu is ook hij alweer een tijdje dood. Het bewogen verleden dat wij delen niet: dat blíjft bewegen. Iedere keer dat je op een nieuw punt in je bestaan aankomt (boeken gelezen, mensen ontmoet, landen bereisd, ziekten overleefd), kijk je met andere ogen naar wat achter je ligt. Naarmate de jaren voortschrijden, verkleurt en verandert het 'toen'. Ons verleden is onvoorspelbaar.
 
Zo blijven we - of we het willen of niet - in gesprek met onze ouders. In honderd brieven heb ik onder de titel En altijd maar verlangen de vragen en inzichten die nog steeds bij me opwellen voorgelegd aan mijn vader en moeder. Tegelijk ben ik benieuwd hoe jongeren nu reageren op ouders die zich in een liefdesoorlog hebben gestort. Psycholoog Justine van Lawick noemt zo'n situatie 'een vorm van emotionele kindermishandeling'.
 


'Ik was de perfecte clown'

Dianne (25) Woont in Middelburg. Drie broers en een zus.
 
Werk: 
docent middelbaar beroepsonderwijs. Heeft een latrelatie.
 Vader: filiaalmanager van een kledingketen. Moeder: werkte in dezelfde zaak.
 
'Ik ben een koorddanser. Al mijn hele leven balanceer ik tussen mijn vader en moeder in, bang om te vallen. Soms voel ik een enorm verlangen naar een zoon of dochter, maar ik weet niet of je daar wel aan moet beginnen. Ik vrees dat ik mijn kind geen stabiele basis kan geven, omdat ik geen goed voorbeeld heb gezien. Wel weet ik zeker wat ik níét wil doorgeven.'
 
Ze sliep als kind met de trouwringen van haar ouders onder het kussen. Dagelijks schietgebedje: 'Lieve God, laat papa en mama alsjeblieft weer samenkomen.' Niet dat ze hen ooit bewust tezamen had meegemaakt. 'Eén van mijn oudste jeugdherinneringen is dat ik - 4 jaar oud - mijn vader en moeder zag tijdens de overdracht. Als de een me aan de ander gaf, was 'hoi' al heel wat. Die afstand, joh. De boosheid. Dat verdriet.
 
'Tot mijn pubertijd had ik geen idee wat hun huwelijk had voorgesteld, en waarom ze uit elkaar waren gegaan. Kreeg ik niks over te horen. Ik wist alleen maar dat ik bij mijn moeder woonde en eenmaal in de veertien dagen een weekend doorbracht bij pa, die van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in zijn kledingzaak werkte.
 
'Daar is het misgegaan, toen ik een kleuter was. Mijn moeder kon niet meer achter de toonbank staan omdat ze een burn-out had. Ik merkte dat mijn vader dat niet accepteerde. Hij was een ouderwetse, autoritaire man. Werken, geld verdienen en af en toe een rondje hardlopen.'
 
Als lagere school leerling had Dianne al 'voelsprieten van hier tot Tokio', waarmee ze aanvoelde 'hoe je mensen kunt pleasen'. 'Dat werd mijn overlevingsstrategie: eigen emoties en gedachten wegcijferen, anderen tegemoetkomen. Mijn vader en moeder voorop. Zij was een cafeetje begonnen, maar had door die burn-out geen energie. Dat veranderde in een depressie. Haar nieuwe vriend, die iets in de logistiek deed, veranderde daar niks aan. Irritante man. Hij zette me tegen de muur omdat ik stout was, bedreigde me. Mijn moeder liet het gewoon gebeuren. En intussen maar negatieve verhalen vertellen over pa. Ze vond hem een uitbuiter.'
 
Het was contraproductief: Dianne besloot bij haar vader in te trekken. 'Hij was best lief voor me. Het voelde veilig. Mijn pa hield juist zijn mond over mijn moeder. Uit afschuw, denk ik. Het was een stille oorlog. Hoe kan het dat twee mensen die jou ooit samen hebben gemaakt elkaar zó haten? Dat begrijp ik nog steeds niet.'
 
Ook bij haar vader vertrok Dianne met ruzie. 'Op een dag hing bij ons een groot prikbord in huis, vol gele briefjes met regels. Was van zijn tweede vrouw - onze stief. Ja zeg, de mazzel. Ik terug naar mijn moeder.'
 
Een pendeljeugd, noemt ze het. 'Geen rust, geen vertrouwen. Wie was ik, waar hoorde ik thuis? Ik was een onzeker meisje dat zich afvroeg of iederéén zo'n nare jeugd had. Naar buiten toe had ik een masker op: met mij ging het prima, ik was de perfecte clown. Pas nadat ik een paar jaar geleden op mezelf ging wonen en een psycholoog opzocht, voelde ik me beter.'
 
Dianne heeft depressieve klachten en slikt antidepressiva. 'Deels heb ik het erfelijk meegekregen, deels komt het door alle gebeurtenissen. Het ergste is de verlatingsangst, de bijna-zekerheid dat mensen die van me houden op een dag weg zijn. Voor mijn vriend is dat vervelend. Ik voel me snel afgewezen. En toch: stukje bij beetje krijg ik het onder controle. Ik leer leven zoals ik zelf wil.'
 
Het kan geen toeval zijn, denkt Dianne, dat ze in het onderwijs getraumatiseerde jongeren bijstaat. 'Een alcoholische vader, seksueel misbruik, geweld: ze worstelen met van alles. Ik weet wat het betekent als anderen je zíén. Ik kan geven wat ik zelf heb gemist.'
 
Haar ouders moeten elkaar twintig jaar na hun uiteengaan nog steeds voor het eerst een hand geven. 'Daar durf ik niet eens meer op te hopen. Vergeving komt niet voor in hun woordenboek. Ik houd minder en minder rekening met hun gevoelens. Eindelijk kom ik op voor mezelf. Het drukt op me dat ze niet samen naar mijn diploma-uitreiking komen, niet samen naar een begrafenis in de familie gaan, maar ik zeg nu in mezelf: fuck you two, zoek het maar uit.'
 
Tip van Dianne voor ouders in conflictscheidingen: 'Zoek
professionele hulp, zodat de kinderen geen last hebben van jullie emoties.'


'Ik kan niet intiem zijn'

Daniël (20)
 
Woont in Zwolle. Heeft een broer en een zus. Studeert wiskunde. Geen relatie.
 
Vader: directeur van een energie-bedrijf. Moeder: werkt in een antiekzaak.
 
'De liefde is het moeilijkste onderwerp voor mij. Ik ben voorzichtig aan het daten, maar het gaat niet vanzelf. Het lukt me niet om... hoe kan ik daar nou woorden voor vinden... Ik kan niet intiem met iemand zijn. Dat zal samenhangen met wat ik heb meegemaakt.'
 
Daniel vindt zichzelf niks waard en ervaart contacten met mensen als onveilig. 'Ik zit nog niet in een vriendengroepje, of ik maak me alweer uit de voeten. Belachelijk.'
 
In Markelo, Overijssel, was hij de eerste jaren van zijn leven honderd procent safe. 'Huisje, boompje, papa, mama, en in de tuin beestjes: geiten, honden. Dat veranderde toen we vanwege mijn vaders werk verhuisden naar Barcelona. Hij was iets topman-achtigs bij een energiebedrijf. Op school kon ik goed overweg met kameraadjes uit de VS, Scandinavië, India en Afrika, maar thuis ging het mis. Op mijn 6de zeiden mijn ouders dat ze gingen scheiden. Ik wist niet wat ik meemaakte; pa vertrok direct. Mijn moeder ging door het lint.'
 
Aan haar zijde keerde Daniel terug naar Markelo, dat niet erg paradijselijk meer voelde. 'Als mijn moeder erdoorheen zat, was ik degene die haar troostte. De reden van de scheiding ken ik nog steeds niet, wel weet ik dat zij er een klap van heeft gekregen. Mijn vader had binnen een paar maanden een nieuwe vriendin - nu mijn stiefmoeder.'
 
In 2016 zette zijn moeder hem de deur uit. 'Feit was dat ik rebels werd, ik was gekwetst. Daarna wilde ik drie jaar lang niks van haar weten. Ik verhuisde naar Aerdenhout, waar mijn vader was gaan wonen met zijn Spaanse. Je bent bij een man die je niet meer kent. Je verkast van het ene gezin met weinig liefde naar het andere gezin met weinig liefde. Ik heb bij niemand een thuisgevoel meer. Ik zeg weleens: mijn moeder heeft me niet verteld over de bloemen en de bijen, mijn vader heeft me niet geleerd hoe een man zich scheert.'
 
Hij praat met een ggz-psycholoog over zijn verwarring en verdriet. Probeert zichzelf te begrijpen. 'School is altijd goed gegaan, daar schuurt het niet. Het punt is dat ik nu op kamers woon en me niet begrepen voel door leeftijdsgenoten. Emotioneel heb ik zo veel meegemaakt dat ik niet met ze kan levelen. Ik ben zelfstandig - én eenzaam. Ik eet wekelijks met mijn zus en ga om met mijn broer, maar vrienden? Weinig.'
 
Daniel staat op de wachtlijst van het
Nederlands Persoonlijkheidsinstituut, dat zich zegt te onderscheiden in 'innovatieve patiëntenzorg'. Zijn therapeut vermoedt dat er sprake is van chronische depressie. 'Ik mis een bodem. Ik heb niet het gevoel dat ik op een fundament sta. Logisch dat ik perioden heb gehad waarin ik te veel blowde of mezelf zes keer per week afbeulde in een sportschool. Ik heb de neiging mezelf ergens helemaal in te gooien. Mijn vader drinkt te veel. Wat ik herken is dat je hoe dan ook wilt ontsnappen aan de pijn. Het drukt op me om de prijs te betalen voor ellende die ik niet heb veroorzaakt.'
 
Met zijn ouders heeft hij hoogstens eenmaal per twee maanden contact. 'Godzijdank gaat het op het ogenblik iets beter met mijn moeder, ze heeft een nieuwe baan.'
 
Tussen zijn vader en moeder blijft het 'hommeles'. 'Een keer zag ik ze samen, tijdens mijn diploma-uitreiking. Ze zeiden 'hoi' en gingen apart zitten. Ik droomde eens dat ze met z'n tweeën aan de zijlijn stonden terwijl ik een voetbalwedstrijd speelde.'
 
Bekijk het maar met die kolere-scheiding, denkt hij regelmatig. 'Ik geloof dat ik een begripvolle jongen ben, lief, maar het interesseert me niet meer wat de gevolgen voor hen zijn. Met mij gaat het de laatste maanden steeds beter. Ik maak me alleen nog druk over de dingen waar ik zélf mee zit. Ouders die het met elkaar aan de stok krijgen, zouden moeten beseffen dat hun kinderen verloren kunnen gaan in die storm.
 
'De laatste twee jaar heb ik me weleens afgevraagd of het zin heeft om door te leven. Ik kan me voorstellen dat mensen zo veel pijn hebben dat ze nog maar één optie zien: eruit stappen. Ik zou het zelf niet doen, maar die gevoelens herken ik. Ik wil dat de pijn stopt. Langzaam maar zeker begin ik te geloven dat ik het red.'
 
Tip van Daniel: 'Zorg voor een onpartijdige vertrouwenspersoon (familielid, docent) voor de kinderen, zodat zij hun ei kwijt kunnen.'


'Mijn vader plaatste zich in een slachtofferrol'

Isabelle (21)
 
Woont in Haarlem. Heeft twee broers. Studeert pedagogiek en is parttime cassière. Vaste relatie.
 
Vader: badkamerspecialist. Moeder: kunstenaar
 
'Ik moest veel te vroeg volwassen worden. Over dingen nadenken waar ik niet aan toe was in mijn puberjaren. Zorgen voor mijn broertje, die een verstandelijke beperking heeft. Zwáár. Het heeft me sterk gemaakt.'
 
Ze stond als meisje gespannen op het vliegveld van Pisa, waar haar moeder zich de laatste vakantieweek bij het gezin zou voegen. 'Hij hoopte dat ze het goed zouden maken, kwam uit het vliegtuig en probeerde mijn moeder een kus te geven. Ze weigerde. Dodelijk moment.'
 
In de camper waarmee ze door noordelijk Italië trokken, sliepen haar ouders apart. 'Hadden ze nooit gedaan. Ik lag bij mam, sip. Mijn verjaardag was raar, met een onderhuidse spanning. Op een avond stuurden mijn vader en moeder in een restaurant iedereen van tafel, omdat ze moesten praten. Misschien is toen de kogel door de kerk gegaan.'
 
Het enige mooie moment van vroeger dat Isabelle bijstaat, is een een dansje van haar ouders in de huiskamer. 'Dat was wél kussen geblazen. Toen vond ik het vies.'
 
Elke ochtend verliet haar vader vroeg het huis, om laat terug te keren. 'Hij was getrouwd met zijn werk. Toch kwam het als een schok dat hij op mijn 10de zei: 'Morgen moeten we met z'n allen praten.' Ik lachte het eerst nog weg, zo van: 'Om te besluiten of we naar de Efteling of Disneyland gaan?' Hoe serieus het in werkelijkheid is, merk je wanneer je verstandelijk beperkte broertje in de voorkamer bij de televisie wordt gezet en je ouders met tranen in hun ogen tegenover je zitten.'
 
Twee jaar vóór de scheiding besloot haar moeder zich in te schrijven bij een kunstacademie. 'Ze wilde zich ontwikkelen, vrij zijn in hoofd en hart. Nadat ze een huis voor zichzelf had gevonden, ging het co-ouderschap in. De ene week bij pa, de andere bij mam. Op maandagen ging ik als een pakezel naar school: gitaar mee, schoolspullen, sporttas.
 
'Al snel had mijn moeder een nieuwe vriend. Een Fries. Lasser. Ik wist gelijk dat ik hem niet mocht. Waarom? Daarom. Nu zie ik hoe happy ze zijn, en hoeveel aandacht hij heeft voor zo'n stiefzoon met een achterstand: knutselen aan een zitmaaier, fikkie stoken... Nou, dan deug je. In de loop van de tijd kreeg ik over mijn eigen vader juist twijfels. Hij blééf maar rotdingen vertellen over mijn moeder, betrok me bij hun financiële ruzies, plaatste zichzelf in een slachtofferrol. Zo voedde hij de spanningen tussen mij en mijn moeder. Daardoor wilde ik haar in mijn pubertijd een poos niet meer zien.'
 
Ook haar vader vond een nieuwe partner, die twee kinderen meenam. 'Een invasie. Plots zaten we met z'n zevenen in die woning. Als je tijdens het eten iets vertelt, hoort bijna niemand je. Ik trok me terug. Mijn kamertje voelde als een eiland in een grote, onbekende zee waarin ik dreigde te verdrinken. Op den duur hield ik het niet meer uit en trok ik voor 80 procent in bij mijn moeder. Wij vonden elkaar.'
 
Het is een 'regelrechte verademing', zegt Isabelle, dat ze tegenwoordig op zichzelf woont. Bevrijdend én confronterend. 'Eindelijk breekt mijn verdriet door. Ik heb zo veel weggestopt... Door me groot te houden, deed ik mezelf tekort. Tussen mijn 14de en 16de liep ik bij een psycholoog, en als die vroeg hoe het met me ging, antwoordde ik: 'Ik denk wel goed.' Ik had geen idee. Als ik iets voelde, was het boosheid - op mijn ouders. Dat mocht ik niet uiten van mezelf.'
 
Ze heeft sinds enige tijd een geliefde. 'Eerst was het gewoon vriendschap. Hij zag dat ik mijn gevoelens onderdrukte. Als mijn vader weer eens iets achterlijks zegt of doet, begrijpt hij hoe ik daarmee kan zitten.
 
'Een jaar terug ging ik op ski-vakantie. We hadden nog niet echt verkering. Na terugkomst hoorde ik dat hij date met een ander. Ik dacht: neeneenee, dat gaan we niet doen, jongen. Híér! Een maand later hadden we een relatie. Het tekent dat ik me zekerder voel. Terwijl ik rondloop met absurde zorgen: als we trouwen, wil ik van tevoren afspraken maken over de scheiding, en hoe we het dan met de kids doen. Beetje vroeg.'
 
Wat haar ergert, is dat haar ouders hun voortwoekerende strijd laten prevaleren boven de zorg voor hun kroost. 'Ze slaagden er niet eens in om een zorgplan op te stellen voor dat verstandelijke beperkte broertje. Daar was een voogd voor nodig. Mijn ouders gedragen zich zo kinderachtig dat ik me vaak de echte volwassene voel.'
 
Tip van Isabelle: 'Consultatiebureaus moeten een bewustwordingscampagne starten, gericht op mensen met een kinderwens: als je daaraan begint, kun je het beste van tevoren een 'oudertestament' opstellen waarin staat hoe het gedeelde ouderschap er na een
scheiding uit komt te zien.'


EENDERDE HUWELIJKEN STRANDT

Ruim 1/3de  van de huwelijken en geregistreerd partnerschappen in Nederland loopt uit op een scheiding. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ging het in 1995 om 31,7 procent. Sindsdien is het percentage gestegen naar 36,7 (2019). Jaarlijks krijgen 86 duizend kinderen te horen dat hun ouders uit elkaar gaan. Ongeveer een op de vijf keer betreft het een 'complexe conflictscheiding', meldt De Rechtspraak, een website van rechtbanken en gerechtshoven. De term 'vechtscheiding' raakt in onbruik, omdat die voor veel van de kinderen die hiermee te maken krijgen (naar schatting 16 duizend per jaar) te beladen is.


ERVARINGEN UITWISSELEN

Kinderen met gescheiden ouders kunnen online ervaringen uitwisselen op de site van de stichting Villa Pinedo. Oprichter Marsha Pinedo streeft sinds bijna tien jaar naar 'het versterken van de autonomie en kracht van kinderen en jongeren door hen zelf aan het woord te laten'. Wie tussen de 10 en 23 is en een ouderlijke scheiding moet verwerken, kan in een app worden gekoppeld aan een online buddy. Zo'n steunverlener is hoogstens 26 en heeft ook gescheiden ouders. Ieder gesprek in de app wordt ter waarborging van de kwaliteit en veiligheid gemonitord door pedagogen of psychologen


Bron: AD.nl


Voorkomen dat jullie scheiding een vechtscheiding wordt? Voorkomen dat jullie kinderen getraumatiseerd worden? Laat dan een van de MfN-registermediators van Het Mediators Collectief jullie scheiding zo goed mogelijk afhandelen. Bel ons of vul het contactformulier in.

Delen

door Petra Delhez • 17 oktober 2026
Een pittig gesprek met de leidinggevende. Een beoordeling die anders uitvalt dan verwacht. Of een spanning tussen collega's die al maanden sluimert. De volgende ochtend meldt de medewerker zich ziek. Voor veel werkgevers en HR-professionals is dit een herkenbaar scenario, en de vraag dient zich meteen aan: is dit ziekte, een conflict, of allebei? Wat je in de eerste weken doet, bepaalt in de praktijk vaak hoe het afloopt. Ziek, conflict of allebei? Een arbeidsconflict kan echte klachten geven. Slecht slapen, hoofdpijn, piekeren, niet meer kunnen ontspannen: dat is geen aanstellerij. Tegelijk is een conflict op zich geen ziekte. Daar zit precies de spanning. Wie niet kan werken door medische beperkingen, is arbeidsongeschikt. Wie niet wil of durft te werken door een verstoorde verhouding, heeft een probleem dat op een andere manier opgelost moet worden. Het is niet aan jou als werkgever om dat onderscheid te maken. Dat doet de bedrijfsarts. Wat je wel kunt doen, is zorgen dat de bedrijfsarts het volledige beeld krijgt. Vermeld daarom bij de inschakeling expliciet dat er een conflict speelt. Een bedrijfsarts die dat niet weet, beoordeelt alleen de klachten en mist de oorzaak. Het risico van medicaliseren Zodra een conflict in de ziektesfeer belandt, verandert het gesprek. Het gaat dan niet meer over wat er tussen twee mensen is misgegaan, maar over belastbaarheid, opbouwschema's en spreekuren. Partijen praten niet meer met elkaar, maar via de bedrijfsarts. De afstand wordt groter, standpunten verharden en het conflict zelf blijft onbesproken. Daarom werken veel bedrijfsartsen bij arbeidsconflicten met de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten . Het uitgangspunt daarvan is helder: houd het conflict zoveel mogelijk buiten de ziektesfeer. Is er geen of weinig sprake van medische beperkingen, dan kan de bedrijfsarts een korte time-out adviseren: een afkoelingsperiode van doorgaans maximaal twee weken, met behoud van loon en zonder dat dit als ziekteverzuim telt. Daarna is het de bedoeling dat werkgever en werknemer het gesprek aangaan, zo nodig met hulp van een mediator. Naast de STECR-werkwijzer bestaat sinds 2019 ook de NVAB-richtlijn Conflicten in de werksituatie, die de bedrijfsarts meer ruimte geeft om ook naar de gezondheidskant te kijken. In de praktijk is het advies van de bedrijfsarts je kompas, welke aanpak die ook hanteert. Waarom tijd tegen je werkt Elke week zonder echt contact maakt de weg terug langer. Het verhaal wordt verteld aan partner, vrienden en collega's, en wordt bij elke herhaling iets steviger. Aan de kant van de organisatie ontstaat een dossier. Wie na acht of tien weken pas aan tafel gaat, begint niet bij het oorspronkelijke conflict, maar bij alles wat er sindsdien is bijgekomen. Ondertussen lopen de kosten door: loondoorbetaling, vervanging, extra werkdruk voor het team en een sfeer die iedereen merkt. Vroeg ingrijpen is daarom niet alleen beter voor de mensen, maar ook voor de organisatie. Wie voert het eerste gesprek? Houd contact, maar maak van het verzuimgesprek geen poging om het conflict te beslechten. Daarvoor is dat moment niet bedoeld, en het voelt voor de medewerker al snel als druk. Is de leidinggevende zelf partij in het conflict, dan is die niet de aangewezen persoon om te bemiddelen, hoe goed de bedoelingen ook zijn. HR kan hier de regie nemen: signaleren, de bedrijfsarts goed informeren en op tijd een externe mediator inschakelen. Meer daarover lees je in ons eerdere blog over de rol van HR bij arbeidsmediation . Wanneer zet je mediation in? Mediation is passend als de bedrijfsarts het adviseert, als het gesprek na een time-out niet op gang komt, of als het vertrouwen tussen partijen zodanig is beschadigd dat ze er samen niet meer uitkomen. Ook bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan mediation goed samengaan met re-integratie, mits de gesprekken passen binnen wat de medewerker op dat moment aankan. Stem dat af met de bedrijfsarts. Twee dingen zijn daarbij essentieel. Deelname is vrijwillig: een medewerker die meedoet omdat weigeren als onwil wordt uitgelegd, neemt niet echt vrijwillig deel. En mediation gaat niet over wie gelijk heeft, maar over hoe partijen verder kunnen. Soms is dat samen, via herstelmediation . Soms is de uitkomst dat het beter is om uit elkaar te gaan. Ook dan kan een exit-mediation zorgen voor een zorgvuldig vertrek, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Wat er verandert rond langdurig verzuim Het kabinet werkt aan voorstellen om de loondoorbetaling bij ziekte werkbaarder te maken voor werkgevers. Zo ligt er een wetsvoorstel waarmee het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de beoordeling van de re-integratie-inspanningen door UWV na twee jaar ziekte. Een tweede voorstel moet kleine en middelgrote werkgevers onder voorwaarden de mogelijkheid geven om de re-integratie in het tweede ziektejaar volledig te richten op werk bij een andere werkgever. Die regeling staat gepland voor 1 januari 2030. Beide voorstellen zijn nog niet van kracht. Maar de richting is duidelijk: de eerste periode van verzuim en het oordeel van de bedrijfsarts worden steeds bepalender. Een conflict dat in het eerste jaar niet is opgelost, verkleint de kans op een terugkeer naar de eigen werkplek aanzienlijk. Waar je nu mee kunt beginnen • Schakel de bedrijfsarts snel in en benoem daarbij expliciet dat er een conflict speelt. • Spreek vooraf af wie het contact met de medewerker onderhoudt, en laat dat bij voorkeur niet de andere partij in het conflict zijn. • Volg het advies over een time-out op en plan direct wat er daarna gebeurt. • Bespreek mediation vroeg als optie, niet pas als laatste redmiddel. • Houd de rollen gescheiden: de bedrijfsarts beoordeelt, HR regisseert, de mediator begeleidt het gesprek.  Heeft een medewerker zich ziek gemeld na een conflict en twijfel je over de volgende stap? Overleg gerust vrijblijvend. De MfN-registermediators van Het Mediators Collectief zijn gespecialiseerd in arbeidsmediation en denken mee over de juiste aanpak. Bel 085 - 130 74 67 of mail naar info@mediatorscollectief.nl.
door Petra Delhez • 12 september 2026
Een generatiewisseling gaat niet alleen over geld en aandelen. Het gaat over macht, identiteit en vertrouwen. Voor de vorige generatie voelt het soms als afscheid nemen van hun leven-werk. Voor de volgende generatie voelt het als: eindelijk mijn eigen weg, maar onder constant toezicht van iemand die niet echt los wil laten. Dat spanningsveld is waar veel generatiewisselingen stuk lopen. Waar het meestal misgaat De klassieke conflicten zijn snel benoemd: "Jij bent nog niet klaar" (ouder vertrouwt niet, jongere voelt zich niet gezien). Onduidelijke rollen na de overdracht (wat betekent "adviseur" werkelijk?). Financiële spanning (hoe betaalt de volgende generatie het bedrijf af?). En de grote vraag: wie bepaalt eigenlijk hoe dit gaat? Al deze vragen spelen op twee niveaus tegelijk. Zakelijk gaat het om strategie en continuïteit. Persoonlijk gaat het om vertrouwen, waardering en controle loslaten. Veel bedrijven raken vast omdat ze die twee niveaus door elkaar gooien. Waarom juridische routes niet genoeg zijn Een notaris regelt de papieren. Belastingadviseurs werken optimale structuren uit. Allemaal nodig. Maar ze lossen het relationele probleem niet op. Na de overdracht zijn beide generaties nog steeds verbonden, en als dat relationele probleem niet is opgelost, functioneert het bedrijf moeizaam. Een veel voorkomend gevolg: de vorige generatie kan niet echt loslaten en bemoeit zich voortdurend. Of de volgende generatie voelt zich nooit echt in control. Het bedrijf draait, maar de sfeer is gespannen en er kan veel misgaan tussen de generaties. Wat mediation doet Mediation creëert een veilige ruimte waarin beide generaties kunnen zeggen wat werkelijk op het spel staat. "Ik ben bang dat je alles wat ik heb opgebouwd, gaat verbranden." "Ik voel dat je me niet vertrouwt." "Ik kan mijn eigen weg niet gaan zolang jij me voortdurend corrigeert." Veel van die gevoelens worden in formele onderhandelingen helemaal niet uitgesproken. Ze zitten onder de oppervlakte en bepalen eigenlijk alles. Een mediator brengt ze naar boven, zodat beide partijen echt naar elkaar kunnen luisteren. Praktisch resulteert dit in heldere afspraken: Rollen : Wat doet de vorige generatie nog? Hoe vaak? Wat zijn de grenzen? Timing : Hoe geleidelijk gaat de overdracht? Wil iemand meteen weg, of geleidelijk? Financiën : Hoe blijft het bedrijf gezond terwijl de vorige generatie wordt uitgekocht? Andere betrokkenen : Hoe zit het met andere kinderen, partners of medewerkers? Deze afspraken voelen als "van ons beiden," in plaats van opgelegd. Wanneer moet je beginnen? Generatiewisselingen die goed gaan, beginnen twee tot drie jaar voordat de daadwerkelijke overdracht plaatsvindt. Start mediation voordat de juridische adviseurs aan het werk gaan. Dan hebben zij helderheid over wat beide partijen willen, en kunnen ze de optimale structuur bouwen. Het voorkomen van wat veel bedrijven overkomt Te veel familiebedrijven hebben na een generatiewisseling te kampen met een vorige generatie die niet echt los kan laten, een volgende generatie die zich verstikt voelt, en familieruzies die jarenlang voortduren. Al dit leed is in veel gevallen voorkomen geweest als beide generaties hadden gezegd wat werkelijk op het spel stond, en samen hadden bepaald hoe dit gaat. Staat je organisatie voor een generatiewisseling? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.
door Petra Delhez • 11 augustus 2026
Er komt een melding binnen. Een medewerker geeft aan zich onveilig te voelen bij een collega of leidinggevende: opmerkingen die te ver gaan, een sfeer van kleineren, aanhoudende toenadering die niet gewenst is. De eerste reflex in veel organisaties is begrijpelijk maar riskant: laten we die twee even om tafel zetten om het uit te praten. Soms is dat precies de juiste stap. Soms is het het slechtste wat je kunt doen. Het verschil kennen is essentieel, want een verkeerd ingezet gesprek beschadigt niet alleen de melder, maar ook de geloofwaardigheid van je hele meldstructuur. Wat er sowieso van je wordt verwacht Als werkgever ben je op grond van de Arbowet verplicht beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting, waar ongewenste omgangsvormen onder vallen. Dat betekent dat je de risico's in kaart brengt in je RI&E en er daadwerkelijk maatregelen tegenover zet: een gedragscode, een heldere meldroute, een klachtenprocedure en de mogelijkheid om ergens veilig terecht te kunnen. Een vertrouwenspersoon is op dit moment niet wettelijk verplicht. Het initiatiefwetsvoorstel dat dit voor werkgevers zou regelen is in 2023 door de Tweede Kamer aangenomen en ligt sindsdien bij de Eerste Kamer, zonder duidelijke datum van inwerkingtreding. Dat betekent niet dat je achterover kunt leunen: de Nederlandse Arbeidsinspectie kan via de RI&E wel degelijk aandringen op maatregelen, en organisaties zonder laagdrempelig aanspreekpunt merken vooral dat er niets gemeld wordt tot het escaleert. Mediation is geen waarheidsvinding Dit is het belangrijkste onderscheid en het wordt in de praktijk het vaakst over het hoofd gezien. Een mediator stelt niet vast wat er is gebeurd en spreekt geen oordeel uit over schuld. Een mediator begeleidt twee partijen naar afspraken over hoe zij verder gaan. Bij een klacht over ernstig grensoverschrijdend gedrag heb je juist wél feitenonderzoek nodig, en dat is een ander instrument met andere waarborgen: hoor en wederhoor, dossiervorming, een rapport waar arbeidsrechtelijke consequenties aan verbonden kunnen worden. Mediation inzetten waar onderzoek nodig is, betekent dat de melder wordt gevraagd te onderhandelen over iets wat helemaal niet onderhandelbaar is. Dat is geen oplossing, dat is een tweede probleem. Wanneer mediation wél passend is Mediation komt tot zijn recht als er sprake is van een verstoorde onderlinge verhouding waarin beide betrokkenen ruimte hebben om vrijwillig deel te nemen. Denk aan situaties waarin gedrag als kwetsend is ervaren maar niet zo bedoeld was, waarin humor of een directe stijl verkeerd is gevallen, of waarin een langlopende irritatie tussen twee gelijkwaardige collega's is uitgegroeid tot een onwerkbare sfeer. Ook ná een onderzoek is er vaak plek voor mediation: de feiten liggen dan vast, er zijn maatregelen genomen, en de vraag is hoe mensen weer met elkaar verder kunnen in hetzelfde team. Dat herstelgesprek onder begeleiding voorkomt dat een organisatie formeel klaar is met de zaak terwijl de werkvloer dat helemaal niet is. Voorwaarde is steeds dat deelname echt vrijwillig is. Een melder die instemt omdat weigeren als onwil zou worden uitgelegd, neemt niet vrijwillig deel. Wanneer je het beter niet doet Wees terughoudend zodra er een duidelijk machtsverschil in het spel is, bijvoorbeeld tussen een leidinggevende en een medewerker die van diegene afhankelijk is voor beoordelingen of contractverlenging. Datzelfde geldt als de melder bang is voor de ander, als er sprake is van een herhaald patroon of meerdere meldingen over dezelfde persoon, of als het gedrag mogelijk strafbaar is. In die laatste situatie hoort de melder bovendien te weten dat aangifte doen een eigen recht is dat losstaat van wat de organisatie intern regelt. En een variant die vaker voorkomt dan werkgevers denken: mediation inzetten om te kunnen laten zien dat je iets hebt gedaan. Als het instrument vooral je dossier moet dienen, is het het verkeerde instrument. Als samenwerken geen optie meer is Soms is de conclusie dat terugkeer naar dezelfde afdeling of dezelfde leidinggevende niet realistisch is. Ook dan hoeft het niet op een juridische strijd uit te lopen. In een exit mediation begeleidt de mediator de gesprekken over de voorwaarden van het vertrek, die worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Het voordeel is dat er ruimte is voor wat er onder de zakelijke afspraken ligt: erkenning, een zorgvuldige communicatie richting het team en afspraken over referenties. Dat zijn precies de punten waar een procedure bij de kantonrechter geen antwoord op geeft. Waar je nu mee kunt beginnen Zorg dat de meldroute bekend is bij medewerkers en niet alleen op intranet staat, en dat vooraf helder is wie wat beoordeelt. Maak de rolverdeling expliciet: de vertrouwenspersoon vangt op en begeleidt, HR gaat over beleid en proces, de mediator begeleidt het gesprek en de onderzoeker stelt feiten vast. Die rollen door elkaar laten lopen is de meest voorkomende oorzaak van escalatie. Twijfel je of mediation past bij een situatie die op jouw bureau ligt? Overleg dat gerust vrijblijvend. De MfN-registermediators van Het Mediators Collectief zijn ervaren in arbeidsmediation en kunnen adviseren of mediation het juiste middel is. Bel 085 - 130 74 67 of mail naar info@mediatorscollectief.nl .